Reports Congo,
Cabinda (Angola), Democratic Republic of Congo Maart 2005
4
maart 2005, Nyanga
Nyanga, de grensplaats van Congo, waar kennen we Congo van? We
komen in alle hektiek en de vele nieuwe indrukken niet verder
dan Kuifje. Het land ziet er hier ook weer uit als de documentaires
van National Geographic. De schoonheid van de natuur is adembenemend,
maar tegelijkertijd voelen we ook dat er een zekere spanning
is. Spanning die onstaan is door de ervaringen tot nu toe en
de berichten die je leest en hoort op TV. Er zou ook hier weer
gevaar zijn voor overvallers, carjacking en wat dies meer zij
(menseneters?). Toch is het landschap hier weer anders dan in
Gabon. Al snel verandert het in een meer parkachtig landschap
met welhaast groene weiden en jungle-stukken. Een brede piste
slingert zich zo door de heuvels, waar je ieder ogenblik een
giraffe of olifant verwacht te zien. In Congo hebben ze het record
aantal douaneposten. De eerste 50 kilometer Congo in, verslaan
we vier douane posten wat de nodige tijd en vooral geduld vraagt.
Eind van de dag zijn we bij de vierde post in Nyanga en besluiten
we een overnachtingsplek te zoeken. Een hotel met airco hebben
we in gedachten... Mooi niet. Het beste hotel is half afgebouwd,
en het dorp heeft geen electra en stromend water. We vragen bij
de plaatselijke kerk of we bij hen mogen kamperen en dat mag.
De kerk ligt aan een brede rivier, waar we natuurlijk
gebruik van maken. Aan toeschouwers hebben we geen gebrek en
privacy is hier een totaal onbekend begrip. Mannen, vrouwen,
kinderen; iedereen komt uren naar ons staren en we zijn duidelijk
een bezienswaardigheid in dit deel van Afrika.
5 maart 2005, onderweg naar Point Noir, Bushcamp voor Kakamoeka
Er rijden nogal wat vrachtwagens met enorme gekapte bomen erop.
Met briesend geweld kruipen ze moeizaam tegen de berghellingen
op om zich daarna met donderend geraas weer naar beneden te storten,
opweg naar de volgende hindernis. Niet echt een veilige situatie
voor ons nietige overlanders, want de chauffeurs hebben MACHT
achter het stuur. Ze weten heel goed dat wij zuinig zijn op onze
auto`s. Dus tegen de heuvel op als zij hun motoren tot het uiterste
drijven floepen wij erlangs. Zo worstelen wij ons met zo`n 30
km per uur door de blubber en langs vrachtwagens, passeren weer
de nodige roadblocks en komen rond 3 uur langs een riviertje
waar net een weitje is voor onze auto`s.
Stoppen, heerlijk, lekker vroeg, iedereen is moe en al snel duiken
we met z`n allen het koele heldere junglewater in. Niemand maakt
zich druk over nijlpaarden of krokodillen. Een van ons duikelt
nog een fles rose op, we eten wat en we gaan nog eens het water
in. Maar deze keer met shampoo, en al snel veranderd de rivier
in een bubbelbad en het ruikt er heerlijk de wilde frisheid van
Fa limoentjes. Links en rechts zie ik van allerlei wilde dieren
boos kijken en gebaren dat ze de milieu inspectiedienst gaan
bellen.
6 Maart 2005, Point Noire
's Morgens weer verder. Eigenlijk hebben we maar matig geslapen
vanwege de hitte. Dezelfde (nog steeds ongeasfalteerde) weg voert
ons verder Congo in. De bedoeling is dat we vandaag de kustplaats,
Point-Noir gaan bereiken. En zowaar, aan het einde van de dag
komen we aan. Op goed geluk rijden we de stad in richting de
kust, daar zou achter het treinstation een goede plek zijn om
te kamperen. We zoeken wat en rijden eigenlijk een beetje wanhopig
rond. Wat opvalt is dat hoe meer we de kust naderen het straatbeeld
ook veranderd. Zowaar een hotel,
een benzinestation dat er wel verzorgd uitziet, banken, asfalt
en nog meer hotels, restaurants etc. We zijn harstikke gaar van
het rijden, willen graag een douche want we stinken en alles
is vies. Geen kampeerplek te vinden, jawel aan het strand, maar
zonder douche. Verder zoeken; ik zie midden op een kruispunt
een blanke sympathieke kop in een auto dus begin drftig te zwaaien
en te roepen of hij een hotel weet. Hij gebaart iets verder te
stoppen en wil ons graag helpen. Het blijkt de managing director
van een of andere olie companie te zijn. Ineens is duidelijk
waarom er hier blanken zijn, comfort en luxe; olie. Patrick neemt
ons mee naar zijn bedrijf en nodigt ons uit op het industrieterrein
ons campement op te slaan. Hij ziet onze vermoeide en vervuilde
koppen en het verlangende kijken naar de wasmachine ter plaatse.
Een goed besluit is snel genomen en hij neemt ons mee naar zijn
eigen huis. Wat gebeurt er: airco overal, kamers met bedden,
badkamers, champagne en als klap op de vuurpijl nodigt Patrick
ons uit ergens te gaan eten. We genieten met volle teugen, wassen
de hele nacht en de volgende dag door, de auto`s word en voor
ons gewassen maar het sprookje eindigt de volgende dag. Patrick
heeft nooit bezoek en uitgerekend de volgende dag komt de allerhoogste
baas uit de US met de financiele man, en zij willen niet in een
hotel.
7 tot 11 maart 2005, Point Noire
Het was van korte duur. Patrick zoekt nog een hotel voor ons
dat nog enigzins te betalen is, want de prijzen zijn hier behoorlijk
hoog. Tsja, blanken en olie, wat wil je, zo achterlijk zijn ze
zelfs in Congo niet. Intussen hebben Janita en ik druk telefoonverkeer
gehad met Nederland met als resultaat dat zij terugvliegt en
ik met de Britten en de Nederlandse Landrover doorrijd naar Namibie.
Dat zal wat aanpassen worden voor de landcruiser van ons, maar
goed je kan niet alles hebben. Om het tempo wat op te voeren
en een belangrijk moeilijk en gevaarlijk gedeelte te omzeilen
proberen we een boot te nemen richting zuiden. Na lang zoeken
en wachten want dat gaat dan weer wel op z`n Afrikaans, lukt
dit toch niet. Voor we gaan rijden, gaan we eerst nog een keer
goed eten bij restaurant Pyramid en vooral ook (te) veel drinken.
De eigenaar biedt ons, onder de indruk van onze reis, een paar
heftige cocktails aan. Terug in het hotel besluiten we maar verder
te drinken. In zekere toestand gaan we naar bed en staan zo volgens
mij ook weer op.
11
maart 2005, van Point Noir naar Cabinda
Iedereen heeft een kater, dus het vroege vertrek wordt pas om
8.30uur. Vannacht heeft het onwaarschijnlijk hard geregend en
nu schijnt de zon weer. Een nette asfaltweg voert ons naar de
grens, weer lang wachten en veel papierwerk om Congo uit te komen.
Angola in, d.w.z. de provincie Cabinda die ingeklemd ligt tussen
Congo en de Democratische Republiek Congo ( het voormalige Zaire).
Angola wil deze enclave graag behouden want, ja je raad het al;
er zit olie!! Al snel zijn we in de stad Cabinda. Hier doen we
nog een laatste poging om een boot te krijgen naar Soyo of Luanda.
Blijkt dat die boot
over tien minuten vertrekt. Niemand is om te kopen, eerst moeten
er formaliteiten worden geregeld?? Wanneer de volgende boot gaat
is niet duidelijk. We besluiten te overnachten en morgen maar
weer verder te rijden. Bij de katholieke missie mogen we bij
de gratie Gods verblijven. De verantwoordelijk pater schept er
zichtbaar genoegen in ons lang te laten wachten er verder niet
behulpzaam te zijn. Geen toilet, geen douche en wel de hele nacht
gospeldiensten.
12
maart 2005, van Cabinda naar Muanda
Asfalt tot aan de grens. Angola uit gaat in zoverre vlot dat
we moeten wachten tot de verantwoordelijke uit z`n bed is gehaald
uit een dorp in de buurt. Als hij er eenmaal is word er weer
driftig geschreven en gestempelt. Intussen kijken wij een beetje
huiverig naar de zooi aan de andere kant van de grens. Om te
beginnen een zandpiste!! Ook hier weer heel lang wachten want
ook deze douanebeambte ligt nog in z`n bed o.i.d. Uiteindelijk
rijdt er een mannetje mee naar het buro te Muanda, diepe zandsporen,
relaxed
ploeteren. Ook hier weer gedoe, de baas wil copieen van van allerlei.
Dus met het mannetje het dorp in om copieen te maken, inleveren
en uiteindelijk blijkt dat het mannetje helemaal niet behulpzaam
is maar men wil weten waar wij verblijven of eventueel nog verder
naartoe zouden gaan. Onze gangen worden nauwkeurig gecontroleerd!!
Wij gaan naar de volgende katholiek missie. Dat zijn de enige
plaatsen waar gekampeerd kan worden. Deze keer zijn het nonnen.
We bereiden de grote reis voor de volgende dag voor. Overal lezen
we en horen we dat het traject van Muanda naar Boma onmogelijk
is, zeker in de regenperiode en laten we daar nu net in zitten!
13 Maart 2005, van Muanda naar Boma
Vertrek 7.30, ja het wordt hoe langer hoe gekker. Iedereen slaapt
nog, behalve de non die kennelijk over de poen gaat. Of we maar
ff willen betalen. We geven gebruikelijk een bijdrage maar ze
vind het niet genoeg, ruzie, er komt wat geld bij maar nog steeds
niet genoeg, dan is het jammer, we stappen in en laten de zoveelste
verbouwereerde "probeer nog wat geld van de blanken afhandig
te maken" Afrikaan in een stofwolk achter. We kennen inmiddels
het spelletje. De weg is slecht, om kort te gaan, eigenlijk is
er geen sprake van een weg maar meer van een richting. Kuilen
met modder waar je auto volledig in verdwijnt of moddersporen
van wel 100 meter lang waar je doorheen ploegt. Paul en Aarnout
hebben een weddenschap afgesloten dat de geen die als eerste komt vast te zitten
in de modder de ander moet
uitnodigen voor 18 holes golfen. Allemaal komen we vast te zitten,
maar met vereende krachten en soms met hulp van dorpelingen,
komen we er weer uit. De weddenschap valt voor beide partijen
gunstig uit: 18 in Londen en 18 in Amsterdam. Rond 19.00 arriveren
we in Boma en vinden met wat geluk toch weer een kerk waar we
mogen overnachten. We zijn opgelucht dat we deze waanzinnige
dag zonder al te veel problemen hebben doorstaan, behalve dat
de motor van de landrover van Paula en Jeffrey op het laatst
iedere keer warm liep. Achteraf begrijp ik ook de waarschuwingen
van iedereen, dit traject niet te rijden en denk gezien de omstandigheden
dat we veel geluk hebben gehad.
14 maart 2005, van Boma naar Matadi
Vandaag mogen we het wat rustiger aan doen, dat betekent uitslapen
en een niet al te lange afstand afleggen. Rond 9.00 uur vertrekken
we, maar laten eerst in de plaatselijke wasserette de auto wassen.
Minitieus wordt de auto schoon gespoten, terwijl wij 1.5 uur
wachten. Maar goed het kost dan ook maar 3 Euro. Paula en Jeffrey
zijn vast vooruit gereden bij wijze van proefrit i.v.m. de warm
lopende motor. Later volgen wij, maar al snel vinden we ze langs
de kant van de weg. Een laatste kunstgreep wordt toegepast. Paul
en Hannah gaan voorop rijden, Aarnout, Paula en Jeffrey volgen
daarna. We zullen Paula en Jeffrey niet meer terug zien. We rijden
verkeerd, terwijl Paula en Jeffrey iets verder achter ons zitten.
We hopen ze weer in te halen als we op de goede weg zitten richting
Matadi. We stijgen en boven op de berg kijken we het dal in en
zien de River Congo: Great!! Als we bij de brug over de rivier
de Congo komen en een kaartje moeten kopen blijkt dat de rode
Landrover niet gepasseerd is. Het is inmiddels 15.00 en we besluiten
de katholieke missie in Matadie op te zoeken om daar te overnachten
en dan zou er een
kans bestaan dat we daar gevonden worden door Paula en Jeffrey.
In de stad is internetten niet mogelijk, boodschappen doen gaat
erg moeizaam, want er is weinig te koop. Alles ziet er even vervallen
oud en niet onderhouden naoorlogs uit.
15
maart 2005, van Matadi naar M`banza-Congo
De ene kant Matadi in en de andere kant er weer uit.De stad blijft
lelijk en weinig charmant. In tegenstelling tot de natuur die
weer fabelachtig mooi is. Zo ziet de jungle er dus uit, afgewisseld
met glooiende heuvels met boomgroeppen. Bomen van tientallen
meters hoog en kaarsrechte stammen.
Eerst Songololo, politie check. Natuurlijk ook hier moeten we
betalen dus vragen we maar weer eens om een recu. Die hebben
ze niet, dus wij betalen niet en lopen weg zonder er nog maar
een woord vuil aan te maken. De man van de Immigratiedienst moet
nog wel ff meerijden, voor niets natuurlijk, naar de grenspost.
Nette piste met stortregen. Ook hier weer uren lang wachten tot
de heren politie, douane en wat ze nog meer ter plekke voor moeizaams
verzinnen klaar zijn met van allerlei papieren. En dan Angola
in.
Wij
vonden Congo, Cabinda (Angola), en Democratic Republic of Congo,
landen met de meest prachtige, adembenemende landschappen.
Voorbijgaande giraffes, zebras en olifanten waren het enige dat
ontbrak, om het perfecte plaatje te zien.
In Nederland wordt door de media een hoop vertelt over ellende
en oorlog in deze landen. Wij zijn ons te zeerste gaan afvragen,
waar journalisten en hulporganisaties deze informatie vandaan
halen. Wij hebben geen oorlog gezien. En als we de Afrikanen
vroegen
antwoorden ze verbaast dat de oorlog in 1997 al is opgehouden.
Het land is rijk aan olie, goud en diamanten en zoals wij overal
in Afrika zagen is er maar een kleine groep die hier van proviteert.
Terug
naar overzichtspagina reports |
|