Reports Nigeria
Februari 2005
4
februari 2005, grensovergang bij Tchikandou richting Kaiama
Om 12 uur 's middags zijn de paspoorten en de carnets gestempeld
en staan we in Nigeria. De beambten waren vriendelijk en behulpzaam.
Dus dat viel erg mee. We rijden verder, een erg slechte piste,
maar met een mooie omgeving. En ja hoor, roadblocks. Soms met
serieuze latten met spijkers die op de weg worden gelegd, zodat
je wel moet stoppen. Ze willen wat papieren zien en soms worden
we vriendelijk verder gezwaaid. In dorpjes is iedereen onmatig
enthousiast, zwaait, lacht, roept welkom en zingt. Vooral John
op de moter trekt veel aandacht. Is dit het land dat hartstochtelijk
met Colombia strijdt om de eerste plaats op de lijst van meest
gevaarlijke en geweldadige landen ter wereld??
We halen niet de geplande afstand naar Wawa, maar het voelt zo
goed dat we besluiten te gaan bushcampen. Als we denken dat de
kust veilig is schieten we van de piste af de bush in en zetten
een gezellig kampement op (N09.30.947, E003.46.663). We koken,
eten een hapje en vinden het erg spannend om in Nigeria te zijn.
We duiken ons bed in om 9 uur, zodat we de volgende ochtend vroeg
kunnen vertrekken.
5 februari 2005, Kaiama, New Bussa, Mokwa
Die ochtend moeten we nog 2 uur moeilijke piste rijden voor we
in Kaiama aankomen. De eerste 125 km vanaf de grens zitten erop,
met een gemiddelde van 15 kilometer per uur. Dan komt er asfalt,
met een hoog gehalte aan potholes. We rijden via de grote Kainji
dam, maar zien weinig van het stuwmeer dat in de rivier de Niger
is aangelegd. Het lijkt allemaal zwaar bewaakt en aangezien wij
problemen willen vermijden rijden we snel door. Na een aantal
relaxte roadblocks (ze willen voornamelijk een praatje maken),
wat beter asfalt en nog steeds veel zwaaiende, enthousiaste mensen
in de dorpjes komen we aan Mokwa. We zien een politieburo en
vragen of ze een guesthouse weten. Ze zijn zo enthousiast dat
wij er zijn, dat 1 van de agenten ons persoonlijk naar het guesthouse
brengt (N09.17.439, E005.02.661). Het lijkt erop dat ze bijna
nooit blanken zien, laat staan toeristen. Het guesthouse is iets
anders. De kamer is groot en het bed nog groter, maar alles is
vies, stinkt en de airco maakt meer lawaai dan
dan dat er koude lucht uit komt. Maar het is niet anders. Iets
is zeker opgevallen sinds we in Nigeria zijn, en dat is de armoede.
Van alle landen die we tot nu toe hebben gezien, ziet Nigeria
er echt arm uit. En dat voor een land dat zo rijk is met al zijn
olie, onbegrijpelijk. We rusten uit die middag, eten rijst met
saus en erg taai vlees (later blijkt vlees overal niet te eten
in Nigeria), verslaan de ongelovelijke hitte en proberen te slapen.
6 februari 2005, Van Mokwa naar Kaduna
De derde dag in Nigeria is aangebroken en we vertrekken voor
de verandering in alle vroegte (6.30 uur!!!, hoezo relaxed in
Afrika??). We zitten meteen op een drukke weg, met veel vrachtauto's.
De Nigerianen rijden als gekken en de truckers slaan alles.
De vele wrakken getuigen dan ook van dit rijgedrag. Op een bepaald
moment wordt het minder met het vrachtverkeer en kunnen we op
de goed geasfalteerde weg goed doorrijden. We verslaan menig
roadblocks, waarbij er op dit gedeelte toch opeens gevraagd wordt
door de man in uniform of wij iets voor hem hebben mee gebracht.
We kletsen er overheen ("Yes, we are going to Kaduna")
en komen er onderuit om iets te geven. Het lijkt er vaak op dat
ze niet mogen vragen en daarom niet verder aandringen, als we
net doen als we ze niet begrijpen dat ze iets willen. Om 3 uur
's middags staan we in Kaduna. Paul en Hannan willen een goed
hotel en John en wij vinden het ok. Als dan blijkt dat de betere
hotels toch wel erg duur zijn (zo'n 50 eurootjes voor een kamer),
wordt er een
hoop getwijfeld, uiteindelijk onderhandeld over de prijs en hebben
we kamers in Command Guesthouse (N10.31.770, E007.26.006). We
slapen heerlijk die nacht en hebben zelfs een warme douche.
7 februari 2005, van Kaduna naar Jos
Vandaag vertrekken we iets later want we denken een korte rij
dag te hebben, wat uiteindelijk tegen valt. We doen een echt
stukje autosnelweg. Daarna weer gewone tweebaans wegen, met Afrikaanse
potholes. Gelukkig weer allemaal relaxte roadblocks, waarvan
een paar agenten (of wat ze ook mogen zijn...) beginnen te dansen
op de weg als ze ons zien. Bij een andere roadblock staat een
agent met een gekke zonnebril en wordt helemaal blij als wij
daar iets leuks over zeggen. Het moet niet gekker worden...,
zijn dit nou het beruchte Nigirianse roadblocks? Jos ligt op
1200 meter hoog en we verheugen ons al op de koele nacht. Nigeria
is erg heet tot nu toe en dat maakt het reizen soms zwaar. Aangezien
Jos staat voor, Jesus Our Saviour, vinden we het toepasselijk
om weer eens bij een Christelijke Mission de nacht door te brengen.
We "kloppen aan" bij Tekan Guest house (N09.54.738,
E008.53.257) en krijgen een nette kamer voor een paar eurootjes.
Het eten is ook goed (met op de achtergrond het oefende gospelkoor)
en we hebben een goede nacht.
8
februari 2005, van Jos naar Bauchi, Yankari National Park
Vandaag gaan we richting het Yankari Park. Paul en Hannah twijfelden
om te gaan, maar besluiten toch mee te komen. Krijgen we onderweg
toch te maken met een serieuze hartnekkige roadblock. Ze willen
papieren zien, beginnen te zeuren dat onze extra verstralers
verboden zijn, en last but not least wil de desbetreffende man
met uniform ons arresteren omdat we onze nummerplaten hadden
moeten omwisselen voor Nigriaanse. Aarnout blijft rustig staan, ik
laat de carnet zien als bewijs dat de nummerplaat o.k. is en
als we dan nog niet omgaan doet hij nog een laatste poging over
het vieren van feestdagen. Maar wij houden ons van de domme.
Dan laat hij ons toch gaan. De manier waarop hij probeerde ons
geld af te troggelen, was voldoende om alles in de strijd te
gooien om vooral niets te geven. Wat kan 1 man het voor een land
verpesten. Na een behoorlijk ritje komen we aan in het Park (N09.45.261,
E010.30.595), waar we hadden bedacht te gaan kamperen. Blijkt
kamperen 2x zo duur te zijn als een bungalow. Als we vragen hoe
dit zit, snappen ze het probleem niet. Als we uitleggen dat de
LP schrijft dat kamperen 1 euro zou kosten in het Park, terwijl
8 euro wordt gevraagd per persoon zeggen ze dat dat een jaar
geleden is. Een dergelijke prijsstijging is volgens hun normaal.
Na veel gedoe, Hanna en Paul hebben er flink de balen van, nemen
we een bungalow. Er is dan wel geen water en geen
elektra, maar dat schijnt normaal te zijn. It is like it is....
Komen we of all places allemaal Nederlanders tegen in het park.
Een groepje Jehovahs, die in Nigeria wonen om zoveel mogelijk
zieltjes te winnen. En Paula en Jeffrey uit Amsterdam, die met
hun landrover naar (jawel) Kaapstad reizen. Het park is o.k.,
maar niet bijzonder. Tijdens de rit door het park zien we twee
vogels en een hertje. De waterbron, van Caribisch blauw water
omringt door palmbomen, maakt een hoop goed. We blijven tot de
volgende middag en vertrekken met John, Paul, Hannan en Paula
en Jeffrey richting de hoofdweg, om daar een bushcamp te maken.
Paula en Jeffrey hebben de plek door gekregen van de overland
truck en omdat we met zijn allen zijn durven we dit wel aan (N10.15.473,
E010.15.775). De plek (een steengroeve) is een succes, we koken
allen ons prutje en slapen heerlijk.
9
februari 2005, Gombe, Biu, Mubi, grens Kameroen
Om 6.30 uur, net als het licht wordt, staan we weer op de weg.
Wij willen de grens met Kameroen halen vandaag. De anderen gaan
naar Maiduguri om een visum aan te vragen voor Kameroen. Tot
aan Biu reizen we samen en nemen dan afscheid. Als zij vrijdag
hun visa krijgen zien we ze het weekend in Roumsiki in Kameroen.
Zoniet, dan hebben we 20 februari afgesproken in Yaounde. Na
Mubi komen we op een heftige piste. Het is echt altijd hetzelfde
in Afrika. De weg naar en van de grens af is slecht en
vaak begeef je je in een soort van niemandsland. Om 4 uur staan
we bij de grensplaats Saduna. De beambten begroeten ons vrolijk
en alles wordt zonder problemen gestempeld. We krijgen zelfs
een blikje drinken kado. Yes, we zijn Nigeria uit!!! Zonder kleerscheuren
zijn we er zeven dagen doorheen gereisd. Op naar Kameroen.
Wij vonden Nigeria een raar Afrikaans land. De meeste Nigerianen
zijn geweldig, vol energie en levenslust. Ze zijn erg enthousiast
dat je hun land bezoekt. Daarentegen voel je, dat je op je hoede
moet zijn en je weet nooit of je iemand kunt vertrouwen. Het
leven lijkt erg zwaar en de armoede is enorm. Wij vonden het
ook een hele trieste armoede, kleurloos en grauw. Zelfs het eten
was arm en er was weinig te krijgen. De president van het land
zou zich echt moeten schamen, als hij door zijn eigen land heen
rijdt. Waarschijnlijk heeft hij het te druk met het opmaken zijn
Zwitserse bankrekening. Wij waren opgelucht het land uit te zijn.
Met al die verhalen over overvallen weet je het maar nooit. Toch
was het een (eenmalige!) bijzondere ervaring om door Nigeria
te rijden en de Nigrianen te ontmoeten.
Terug
naar overzichtspagina reports |
|